NL | FR | EN
Aangifteplicht buitenlandse juridische constructies

Aangifteplicht buitenlandse juridische constructies

Met de Wet van 30 juli 2013 heeft de wetgever de verplichting ingevoerd om private vermogensstructuren aan te geven in de personenbelasting. Deze verplichting geldt vanaf aanslagjaar 2014 (inkomstenjaar 2013). In uw jaarlijkse aangifte moet u het bestaan vermelden van een juridische constructie waarvan uzelf, uw echtgeno(o)t(e) of de kinderen van wie u het wettelijk genot van de inkomsten hebt, oprichter, begunstigde of potentieel begunstigde bent/is. De nieuwe regeling viseert enkel private vermogensstructuren en niet de constructies die binnen de uitoefening van een beroepswerkzaamheid vallen.

 

Onder “juridische constructie” begrijpt de wetgever (art. 2, § 1, 13°, b) WIB92):

  • enerzijds structuren die gelijkaardig zijn aan de zgn. trusts en fiduciaire structuren;
  • anderzijds buitenlandse rechtspersonen die gevestigd zijn in een belastingparadijs (geen inkomstenbelasting) of in een staat met een aanzienlijk gunstiger fiscaal regime dan deze in België.

 

De tweede categorie van juridische constructies werd gespecifieerd door de wetgever in het KB van 19 maart 2014. Het KB bevat een lijst met 69 private vermogensstructuren die worden geacht niet aan een inkomstenbelasting te zijn onderworpen of een aanzienlijk gunstigere regeling te genieten dan in België (wat betreft hun roerend inkomen). Alle entiteiten die voorkomen op de lijst, moeten worden aangegeven.

 

Over twee aspecten is de wetgever niet duidelijk geweest. Ten eerste stelt zich de vraag of deze lijst limitatief of indicatief is. De meeste auteurs gaan ervan uit dat het een limitatieve lijst betreft. Ten tweede is het niet duidelijk of de belastingplichtige het vermoeden mag weerleggen door te bewijzen dat de “juridische constructie” wel degelijk aan een inkomstenbelasting is onderworpen die niet aanzienlijk gunstiger is. Ook hier menen de meeste auteurs dat het gaat om een onweerlegbaar vermoeden. De belastingplichtige moet de constructies die op de lijst voorkomen dus sowieso aangeven.

 

Het wordt dus afwachten tot de wetgever of de fiscale administratie de regeling verder verduidelijkt.